Het kunstwerk

Het is onmogelijk al de betekenissen op het kunstwerk in één tentoonstelling te vatten. Daarom worden enkele scènes die we zien op het kunstwerk Bruiloftsmaal hier wat verder uitgediept.

Perspectief

Toen Bruegel op reis ging naar Italië heeft hij zich duidelijk laten inspireren door Italiaanse kunstenaars uit de 1e helft van de 16e eeuw. De Italiaanse kunstenaars gebruikten monumentale figuren op hun werken, iets wat Bruegel in dit kunstwerk ook gebruikt op de voorgrond. Het perspectief van het kunstwerk laat de toeschouwer een lager standpunt innemen voor het werk. Op deze wijze wordt de toeschouwer betrokken in het werk, het lijkt als het ware alsof hij mee in het werk kan stappen om mee een kruik bier te drinken.

Etende mensen

Schilders uit de tijd van Bruegel beeldden nooit mensen al etend af, maar pratend aan tafel met eten voor zich. Dit werd niet gedaan omdat men dan de afhankelijkheid van de natuur zou tonen, wat niet past bij het beeld van de mens als evenbeeld van God. Bruegel had geen moeite om de mensen al etend en drinkend af te beelden. Hij benadrukte er het materiële bestaan van de mens mee, door te laten zien dat het menselijke lichaam wel degelijk voedsel nodig heeft.

Binnenhalen van de oogst

In de schuur zie je de oogst netjes opeengestapeld achter het hele gebeuren. Het is blijkbaar een zeer vruchtbare oogst geweest, aangezien de stapels stro tot het plafond reiken achter zware, rechtopstaande balken. Rechts van de bruid, achter de monnik, zijn twee kruiselings opgehangen korenschoven die ons doen herinneren aan de inspanningen van de oogst. Het hele gebeuren van het bruiloftsmaal zal dus niet lang na de oogst hebben plaatsgevonden, waardoor we de scène rond augustus kunnen plaatsen.

Decreet Karel V

Op 22 mei 1546 stelt Karel V een decreet op waarin staat dat men maximum 20 mensen mocht uitnodigen op zulke festiviteiten als een bruiloftsmaal. Bij deze 20 genodigden rekende men noch het bedienend personeel, noch de muzikanten. Zoals je hier duidelijk ziet op het werk, voegde zich later altijd een menigte toe die wouden mee feesten en hoopten om een brok en een slok mee te pikken.

De edelman en de monnik

De edelman en de monnik zitten in een diep en wat lijkt vroom gesprek, wat een enorm contrast is tegenover de zichtbaar luidruchtige menigte aan de andere kant van het tafereel. De edelman is een en al oor voor wat de monnik te zeggen heeft, dit zien we door zijn ietwat gebogen houding en zijn gevouwen handen die voor hem op de tafel liggen. Er wordt gezegd dat Bruegel zijn eigen trekken geleend heeft aan de edelman en dat het dus een soort van zelfportret is. Als dit zo is dan krijgen we hier een blik in de vrome gedachtewereld van Bruegel en kunnen we de kruiselings opgehangen korenschoven interpreteren als een kruis.